De teksten van de verkondiging zijn hier niet allemaal terug te lezen zijn,
daar meer en meer de verkondiging 'zonder papier' gedaan wordt.
Speciale teksten kunt u hieronder wel lezen.
Daarnaast zijn alle vieringen die gehouden worden, zowel in de weekenden,
als doopvieringen, huwelijksvieringen en uitvaartvieringen vanuit
de OLV Geboorteparochiekerk te Berkel, via de kerkradio te
beluisteren. Die vieringen worden opgeslagen op het internet en zijn nog
nadien te beluisteren. U klikt op de betreffende datum van de viering;
vervolgens met de rechter muisknop op "opslaan" klikken, in het pop-up menu
selecteren "doel opslaan als..." dan kunt u de viering op uw eigen PC
opslaan als een MP3-formaat file dat u vervolgens ook kunt branden op een
CD.
We hopen u met deze extra service van dienst te kunnen zijn.
Via de Kerkradio kunt u gehele vieringen beluisteren:
ANDERE PREKEN WAARVAN DE TEKSTEN VRIJGEGEVEN ZIJN:
(zie ook prekenarchief)
De juiste toon zetten: de drie "S"-en (Spiritualiteit,
Solidariteit en Soberheid ) begeleiden ons op onze weg naar Pasen
1 ste vastenzondag 5 maart 2006
De vastentijd is afgelopen woensdag begonnen met het
opleggen van het Askruisje. De vastentijd vraagt van ons dat we in de
komende weken op weg naar Pasen in alles wat matiger moeten doen, in ons
dagelijks leven, in ons doen niet in ons laten, en ook hier in de vieringen
die de komende weken volgen. De vastentijd is een tijd van bewuste keuzes
maken. Immers ons dagelijks leven bestaat uit het voortdurend maken van
keuzes. Het kunnen kiezen uit een zo breed mogelijke waaier aan kleuren en
smaken, wordt in onze samenleving steeds belangrijker gevonden. Maar waar
laten we ons eigenlijk door leiden bij het maken van al die keuzes? Zijn
onze keuzes alleen vruchten van onze vrijheid om ons eigen leven in te
richten of ook verbonden met onze verantwoordelijkheid voor anderen? En
laten we God toe in onze afwegingen? Op deze en andere vragen gaan de
Bisschoppen van Nederland in hun Vastenbrief in, deze brief ligt achterin de
kerk en kunt u mee naar huis nemen als leidraad voor de vastentijd. We mogen
ons toeleggen in de keuze tot het goede, tot de weg die Jezus ons is
voorgegaan. Wellicht dat de zogenaamde 3-"S"-en die mgr. Van Luyn ons graag
voorhoud ons in deze vastentijd kunnen helpen: u kent ze wel: de
Spiritualiteit, de Solidariteit en de Soberheid. Een agenda die niet alleen
in de vasten telt, maar ons hele christelijke leven mag beïnvloeden, maar
vooral nu in deze dagen op weg naar Pasen. Die tijd mag vol zijn van alle
spiritualiteit door ons meer en meer in te zetten voor de ander met en
zonder hoofdletter. De spiritualiteit is ons gericht zijn op God. We mogen
in deze veertigdagentijd ons afvragen hoe is onze relatie met God, willen
wij dingen opzij zetten in ons leven om de weg van Jezus te gaan?
Spiritualiteit is leven vanuit de Geest van Jezus in ons dagelijkse leven,
met alle keuzes die we ook in dat dagelijkse leven moeten maken.
De Veertigdagentijd is dus bij uitstek een moment om stil
te staan bij de grote en kleine keuzes die wij voortdurend maken. Het is een
tijd voor reflectie en bezinning. Een tijd ook om heel concreet bezig te
zijn met ons doen én laten. Veel mensen denken bij vasten vooral aan het
laatste; aan het afzien van eten en drinken of andere gewoonten. Maar het
vasten is geen wedstrijd, geen religieus dieet. Vasten is ruimte maken,
ruimte voor onszelf, ruimte voor anderen en vooral ruimte voor God. Vasten
is geven en opgeven om zo te ontvangen. De menselijke keuzevrijheid vindt
altijd plaats binnen de context van goed en kwaad, van zonde en genade, van
toewending tot en afwending van God. Het maken van keuzes is ten diepste
voortdurend de vraag beantwoorden of wij kind van God willen zijn en ons
steeds weer tot Hem willen bekeren.
‘Bekering’ is daarom een spiritueel kernbegrip in het
christelijke geloof. Bekering staat ook centraal in de Vastentijd, als een
tijd van genade waarin Gods uitnodiging om ons steeds opnieuw tot Hem te
keren nog luider klinkt. In het Evangelie dat in het eerste weekend in de
Veertigdagentijd klinkt, horen we de woorden van Jezus Christus: "De tijd is
vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde
Boodschap" (Mc 1, 15).
Als we echt willen leven vanuit die boodschap van
Christus, vraagt dat ook om de tweede "S" in praktijk te brengen:
Solidariteit. Je leeft niet alleen, maar altijd met anderen. Zo willen we in
deze vastentijd ook solidair zijn met mensen die onze hulp en steun heel
goed kunnen gebruiken. Door zelf iets minder te doen, door te te versterven,
te vasten, te matigen in je uitgaven kunnen we iets opzij leggen voor de
medemens in nood. Zo willen we ook gedurende de vastenperiode ons inzetten
voor de dekenale Vastenactie. Zij ontleent haar eigenheid en opdracht aan de
vastentijd: een religieus geïnspireerde actie die verbonden is aan het
principe van vasten, van materieel een stapje terug doen om spiritueel te
groeien. Het vasten van vroeger heeft een eigentijdse invulling gekregen. In
de vastentijd komen mensen in parochies bij elkaar om samen iets voor elkaar
te betekenen. ‘De naaste nabij’, dat geldt ook voor mensen die in andere
delen van de wereld leven. Delen met elkaar wie we zijn en wat wij hebben.
In de kleinschalige projecten die door Vastenaktie in Suriname worden
ondersteund, krijgen mensen kansen om een eigen leven op te bouwen. Om dat
te kunnen realiseren komt de derde "S", die van de soberheid ons goed van
pas. Wij iets minder, de ander iets meer door onze soberheid in eten en
drinken, in genot en uitgaan, mag ons richten op die ander, waar we altijd
het gelaat van Christus in mogen herkennen. Dat is eigenlijk het programma
dat ons deze vastentijd voor ogen mag staan. We beginnen vandaag daaraan
door samen met Jezus ons spiritueel terug te trekken in de woestijn. Die
grote leegte vol zand, de verzinkende hitte overdag, de ijzige koude ’s
nachts. Een plek waar je op jezelf wordt teruggeworpen, een plek die
uitnodigt om met God in contact te komen. Het is juist de woestijn die Jezus
vandaag opzoekt om zichzelf voor te bereiden op zijn grote levenstaak. Daar
wordt Hij als het ware als een instrument gestemd door God zelf, dat alles
wat niet zuiver klinkt omgevormd moet worden tot de juiste toonzetting om
vervolgens het levenslied ten volle ten gehoor te kunnen geven. Zo mogen we
ons aan Jezus spiegelen in die woestijn. De plek waar je op jezelf
teruggeworpen wordt, en de hitte onder je voeten doen je allerlei bekoringen
opkomen, zo ook bij Jezus. Hij wordt in het evangelie van vandaag op de
proef gesteld door de duivel. Maar Jezus laat niet met zich spelen, hij
weerstaat de bekoringen van alle macht en glitter en wijst er op dat je
alleen God mag aanbidden, en niemand anders. Hem alleen komt alle macht en
glorie toe. Al het aardse is vergankelijk, van tijdelijke aard, maar Gods
liefde is eeuwig. Het rijk Gods is nabij, bekeert u, is dan ook de oproep
die we horen.
Hiermee zet Jezus vandaag ook de toon voor ons leven, ook
wij moeten ons afstemmen op God, op zijn liefde en kracht. De bekoringen die
we in ons leven op onze weg tegenkomen kunnen ons doen wankelen. De
vastentijd wil ons die mogelijkheid geven om die bekoringen in ons leven op
te sporen. Die dingen die ons afhouden van God en het Goede. Die dingen waar
we als het ware de verkeerde noot aanslaan en zo de juiste toon niet zullen
treffen. De tijd die we met Jezus in de woestijn mogen doorbrengen mag ons
helpen om gesterkt uit de droogte van de woestijn te komen naar de oase van
Pasen. Hij leert ons dat alles in ons leven gericht moet zijn op God, Hem
alleen dienen. We leerden het vroeger al in de catechismus: waartoe zijn we
op aarde: om God te dienen, en zo gelukkig te worden hier op aarde en ooit
in het vaderhuis van God zelf.
Het is soms allemaal zeer verleidelijk al die bekoringen
die op onze wegen komen, laten we daarom door vasten en gebed onszelf
sterken om tegen de verzoekingen van het leven in te gaan en in het rechte
spoor te blijven, in het spoor van Jezus. Immers heel ons leven zijn we
onderweg. Soms verloopt deze weg soepel en gladjes, maar er kunnen ook
obstakel opdoemen die onze levenstocht gevaarlijk en riskant maken. Vooral
dan moeten we pas op de plaats maken en ons beraden hoe nu verder te gaan.
Wat wil ik ten diepste, waar ligt mijn levensbestemming? Moge de
veertigdagentijd ons helpen ons daar een antwoord op te vinden.
SACRAMENTSDAG / MARIAVIERING 29 mei 2005
We vieren vandaag
Sacramentsdag en tevens de afsluiting van de mei-maand, waarin Maria
centraal staat. In deze viering willen we Maria als Moeder van Jezus zien,
zij die Jezus als het eerst heeft gedragen, als een levend Tabernakel, zij
mag ons vandaag aan haar moederhand begeleiden naar Jezus in het Heilig
sacrament.
Wanneer wij de innige
betrekking, die de Kerk met de Eucharistie verbindt, in haar volle rijkdom
willen herontdekken, mogen wij Maria, Moeder en model van de Kerk, niet
vergeten. Paus Johannes Paulus de Grote –zaliger gedachtenis- heeft haar
onder de nieuwe geheimen van de Rozenkrans, de geheimen van het licht bij de
instelling van de Eucharistie ingesloten. Maria kan ons tot dit
allerheiligst sacrament brengen omdat zij er een diepe relatie mee heeft. Op
het eerste gezicht zwijgt het evangelie over dit thema. In het verslag van
de instelling van de Eucharistie op de avond van Witte Donderdag wordt Maria
niet vermeld. Daarentegen weten wij, dat zij bij de apostelen was die één
van hart (vgl. Hand.1,14) baden in de eerste gemeenschap die na de
Hemelvaart in afwachting van Pinksteren bijeen was. Zeker moet Maria
aanwezig zijn geweest bij de Eucharistievieringen van de eerste generatie
christenen, die zich trouw wijdden aan het breken van het brood (Hand.2,42).
Maar naast haar deelname aan de eucharistische maaltijd kan de relatie van
Maria tot de Eucharistie indirect afgeleid worden uit haar innerlijke
houding. In heel haar leven is Maria een vrouw van de Eucharistie. De Kerk,
die naar Maria kijkt als haar oerbeeld, wordt ertoe geroepen, haar in haar
relatie tot dit heiligste geheim na te volgen. Mysterium fidei! Als de
Eucharistie een geloofsgeheim is, dat ons begrip zozeer te boven gaat, dat
we ons tot een pure overgave aan het woord van God genoopt weten, kan
niemand beter dan Maria ons steunen en tot een dergelijke gesteltenis
leiden.
Wanneer wij Christus geste
bij het Laatste Avondmaal herhalen gehoorzaam aan zijn opdracht Blijf dit
doen om Mij te gedenken (Lc.22,19), aanvaarden we ook de uitnodiging van
Maria, Hem zonder aarzelen te gehoorzamen: Wat Hij u ook beveelt, doe het
maar (Joh.2,5). Met dezelfde moederlijk zorg, die zij bij de bruiloft van
Kana liet zien, lijkt Maria ons te zeggen: Aarzel niet, vertrouw op de
woorden van mijn Zoon. Als Hij in staat was water in wijn te veranderen, kan
Hij ook uit brood en wijn zijn Lichaam en Bloed maken, en door dit mysterie
aan ons gelovigen de levende gedachtenis van zijn Pasen schenken, aldus het
Brood des Levens wordend. In zekere zin heeft Maria haar eucharistisch
geloof reeds voor de instelling ervan beleden en wel door het feit dat zij
haar maagdelijke schoot voor de menswording van het Woord van God heeft
aangeboden. Terwijl de Eucharistie naar het lijden en de Verrijzenis
verwijst, is zij ook in continuïteit met de menswording. Maria ontving bij
de Aankondiging de Zoon van God in de lichamelijke werkelijkheid van zijn
Lichaam en Bloed. Aldus anticipeert zij in zekere zin op wat sacramenteel
gebeurt in iedere gelovige, die onder de tekenen van brood en wijn het
Lichaam en Bloed van de Heer ontvangt. Er is daarom een diepe overeenkomst
tussen Maria’s Fiat op de aankondiging door de engel, en het Amen dat iedere
gelovige uitspreekt als hij het Lichaam van de Heer ontvangt. Maria was
gevraagd te geloven dat Hij, die zij ontving door de werking van de heilige
Geest de Zoon van God was (vgl. Lc.1,30-35). In continuïteit met het
geloof van de Maagd Maria wordt in het eucharistisch geheim van ons gevraagd
te geloven dat Jezus Christus, de Zoon van God en de Zoon van Maria, met
heel zijn goddelijk en menselijk zijn, tegenwoordig is onder de tekenen van
brood en wijn. Zalig zij die geloofd heeft (Lc.1,45): in het geheim van de
menswording liep Maria ook vooruit op het eucharistisch geloof van de Kerk.
Bij haar bezoek aan Elisabet droeg zij het vleesgeworden Woord in haar
schoot en was zo in zekere zin een tabernakel - het eerste tabernakel in de
geschiedenis - waarin de Zoon van God, nog onzichtbaar voor de ogen van de
mensen, zich liet aanbidden door Elisabet. Zijn licht werd uitgestraald door
de ogen en stem van Maria. Is Maria’s verrukte blik, waarmee zij voor het
eerst het gezicht van de pasgeboren Jezus aanschouwde en waarmee zij Hem in
haar armen drukte, niet het ongeëvenaarde model van liefde, waardoor wij ons
zouden moeten laten inspireren, telkens als wij te communie gaan? Maria,
heel haar leven - en niet alleen op Calvarië - aan Christus zijde, heeft
zich de offerdimensie van de Eucharistie eigen gemaakt. Toen zij haar kind
Jezus naar de Tempel in Jeruzalem bracht om Hem aan de Heer aan te bieden
(Lc.2,22), hoorde zij de oude Simeon profeteren dat dit kind een teken van
tegenspraak zou zijn en dat een zwaard ook haar eigen hart zou doorboren (vgl.
Lc.2,34v.). De tragedie van de kruisiging van haar Zoon werd zo aangekondigd
en het Stabat Mater van Maria aan de voet van het kruis wierp in zekere zijn
al zijn schaduw vooruit. In haar dagelijkse voorbereiding op Calvarië heeft
Maria iets van een Eucharistische ervaring beleeft, dat men een geestelijke
communie zou mogen noemen. Een geestelijke communie van verlangen en offer,
die haar hoogtepunt zou vinden in de eenheid met haar Zoon in zijn lijden,
en die dan na Pasen haar uitdrukking zou vinden in haar deelname aan de
Eucharistie die de apostelen vierden als gedachtenis van dat lijden. Wat
moet Maria gevoeld hebben, toen zij uit de mond van Petrus, Johannes en
Jacobus en de andere apostelen de woorden hoorde die bij het Laatste
Avondmaal werden gesproken: Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt
(Lc.22,19)? Het Lichaam dat voor ons is overgeleverd en werkelijk aanwezig
werd gemaakt onder de sacramentele tekenen van hetzelfde Lichaam dat zij had
ontvangen in haar schoot! Voor Maria moet het ontvangen van de Eucharistie
in zekere zin een hernieuwd welkom in haar schoot zijn geweest van het hart
dat in eenheid met het hare had geklopt en een opnieuw beleven van haar
ervaring aan de voet van het kruis. Blijf dit doen om Mij te gedenken
(Lc.22,19). In de gedachtenis van Calvarië is alles aanwezig wat Christus
met zijn lijden en dood heeft bewerkstelligd.
Dat betekent, dat alles wat
Christus heeft gedaan jegens zijn Moeder voor ons heil ook aanwezig is. Hij
gaf haar zijn geliefde leerling en, in hem, ieder van ons: Zie daar uw zoon!
Tot ieder van ons zegt Hij ook: Zie daar uw Moeder! (vgl. Joh.19,26-27). De
gedachtenis van Christus dood in de Eucharistie beleven, betekent ook het
voortdurend ontvangen van deze gave. Dat betekent dat wij degene die ons
telkens opnieuw als Moeder wordt geschonken, net als Johannes aanvaarden.
Het betekent ook dat wij ons ervoor inzetten gelijkvormig aan Christus te
worden en ons daarvoor in de school van Maria begeven om ons door haar te
laten begeleiden. Maria is met de Kerk en als Moeder van de Kerk in iedere
Eucharistieviering aanwezig. Zoals Kerk en Eucharistie een onscheidbare
eenheid vormen, zo geldt dat evenzeer voor Maria en de Eucharistie. Daarom
is ook, vanaf de vroegste tijd, de gedachtenis aan Maria altijd onderdeel
geweest van de Eucharistievieringen in de Kerken van Oost en West. In de
Eucharistie wordt de Kerk volledig verenigd met Christus en zijn offer en
maakt zij zich de geest van Maria eigen. Deze waarheid kan dieper verstaan
worden wanneer wij het Magnificat in eucharistische zin herlezen. Net als de
lofzang van Maria is de Eucharistie vóór alles lof- en dankzegging. Als
Maria uitroept: Hoog verheft nu mijn ziel de Heer en verrukt is mijn geest
om God mijn Verlosser, draagt zij Jezus reeds in haar schoot. Zij looft de
Vader door Jezus, maar zij looft hem ook in Jezus en met Jezus. Dat is
precies de ware eucharistische houding.
Tegelijkertijd gedenkt Maria
de wonderbare daden van God in de heilsgeschiedenis, overeenkomstig de
belofte aan de vaderen (vgl. Lc.1,55), en verkondigt het alles overtreffende
wonder van de verlossende menswording. In het Magnificat is uiteindelijk de
eschatologische spanning van de Eucharistie aanwezig. Telkens wanneer de
Zoon van God zich in de armoedige sacramentele tekenen van brood en wijn aan
ons toont, kiemen in de wereld zaden van de nieuwe geschiedenis, waarin
Amachtigen van hun troon gestoten en de eenvoudigen tot aanzien (vgl.
Lc.1,52) gebracht worden. Maria bezingt deze nieuwe hemel en nieuwe aarde,
waarop de Eucharistie vooruitloopt; zij vinden daarin in zekere zin hun
programma. Als het Magnificat de spiritualiteit van Maria uitdrukt, kan
niets ons beter helpen dan deze spiritualiteit om het eucharistisch geheim
te beleven. De Eucharistie is ons gegeven opdat ons leven, net als dat van
Maria, geheel een Magnificat wordt. Ik wens u allen een mooie sacramentsdag
toe samen met Maria! Amen